YAEL DAVIDS
Uitgenodigd door het Virtueel Museum Zuidas.
Houdt zich bezig met de verbeelding van taal en de menselijke maat van ruimtes.
Plan: een stil protest laten klinken in de vorm van een fijnzinnige, literaire collage
‘Normaal verhoudt mijn werk zich tot een specifieke plek, maar ik ervaar de Zuidas, en dan vooral het gebied rondom station Amsterdam Zuid-WTC, als een hermetische, gekunstelde, al te bedachte omgeving. Anders dan bijvoorbeeld mijn artists-in-residence ervaring met Istanbul, een sensuele en verleidelijke stad, is het moeilijk om je te hechten aan de Zuidas. De gebouwen zijn vooral gemaakt om het oog te strelen en niet om een mens te beschermen en je thuis te voelen. Ik ben ook verbaasd over het gebrek aan respect voor het verleden, waardoor een gebouwencomplex als dat van het voormalige Sint Nicolaasklooster voor een deel vanuit efficiencyoverwegingen wordt behouden en voor een ander deel wordt gesloopt. Mijn bijdrage moet worden gezien als een teken van protest.’
Laten we aannemen dat het belangrijk is om ‘een stem te hebben’ (waarbij ‘stem’ een metafoor is, een manier van opnemen/buitensluiten, net als ‘zichtbaarheid’), en dat sommige mensen deze doelstelling wantrouwen. Ze denken dat je maar beter onzichtbaar kunt blijven: macht ontlenen aan het niet opgemerkt worden, onder de radar vliegen, weigeren om je in te laten met de taal en de beeldpatronen die een bepaald regime gebruikt om onze ruimtes en interacties te structureren. Vanuit dat gezichtspunt zou ik zeggen dat je je geen zorgen hoeft te maken over dergelijke patronen
– je bent immers niet onzichtbaar voor jezelf, voor je familie of gemeenschap, en die verbanden kun je versterken; je kunt je leven inrichten, je eigen leven leiden, zonder te wachten op de toestemming van andere mensen die ‘jou niet zien’.1 In Bartelby, the Scrivener: A Story of Wall Street vertelt Herman Melville het verhaal van de bescheiden kopiist Bartelby en diens werkgever, een advocaat wiens naam we nooit te weten komen. Aanvankelijk doet Bartelby het uitzonderlijk goed, ‘dag en nacht aan het werk… alsof hij al heel lang had gehunkerd naar iets om te kopiëren.’ Dan is het opeens met zijn productiviteit gedaan. Hij weigert niet om te werken; hij gaat niet weg; hij reageert simpelweg zonder enige kwaadaardigheid op elk verzoek van de advocaat met: ‘Liever niet.’ Bartelby is een hoofdpersoon die staakt. Hij belichaamt de paradoxale macht van strategieën als lijdzaam verzet, stiptheidsacties, weigering en boycot. Hoewel in het hedendaagse debat vrijheid wordt gedefinieerd als de mogelijkheid om te kiezen uit een reeks omschreven opties, illustreert Bartelby een geheel ander soort vrijheid - de vrijheid van het afzien van.2
Liever niet.
1 Ashely Hunt, On Knowledge Production: A Critical Reader in Contemporary Art, uitgegeven door BAk, basis voor actuele kunst, 2008, pag. 163
2 Dimitri Siegel, ‘Unworking Bartelby the Scrivener’, uit Dot Dot Dot 4, uitgegeven door Dexter Sinister, New York, pag. 5