TH. & K. WILDNER

print
Th. & K. Wildner

NS-station RAI | Thomas Wildner (1966, Essen, Duitsland) & Dr Kathrin Wildner (1965, Essen, Duitsland)

Thomas Wildner werkt als beeldend kunstenaar met principes van systeem en toeval. Hij past deze principes o.a. toe in publieke ruimten, bijvoorbeeld op de bewegingen van mensen die van deze ruimte gebruik maken of wanneer hij door middel van een ingreep of een performance zelf ook in deze ruimte participeert en deze beïnvloedt.
Kathrin Wildner promoveerde op een etnografisch onderzoek naar het gebruik van een plein in Mexico-Stad. Zij heeft in een aantal projecten met haar broer Thomas samengewerkt. Haar interesseren de verschillende kwaliteiten van de ervaring van de publieke ruimte; naast het theatrale, soms experimentele dagelijkse gebruik van stedelijke ruimtes, onderzoekt zij ook de herinneringen, ervaringen en culturele symbolen die in dit gebruik een rol spelen. Deze informatie vanuit een micro-nivo, combineert zij met de macro-modellen die in de wetenschap gebruikelijk zijn.


TRANSISTATION
Kathrin Wildner & Thomas Wildner


In de jaren zestig lag het huidige stadsontwikkelingsgebied Zuidas nog aan de rand van de stad, waar sportterreinen en parken geleidelijk overgingen in platteland. Om de beperkte ruimte in het stadscentrum van Amsterdam te ontlasten werden destijds het beurscomplex van de RAI (1961), de Vrije Universiteit, kerken, kloosters en andere opleidingen stuk voor stuk verplaatst naar de zuidrand van de stad, die te bereiken viel per trein en via de stadsring (1977) per auto. Tegenwoordig is de historische binnenstad van Amsterdam vooral museum en winkelcentrum. Verspreid langs de stedelijke periferie liggen nieuwe urbane en multifunctionele centra. Het hart van de Zuidas wordt gevormd door station Zuid-WTC, waaromheen hotels, bank- en kantoorcomplexen gebouwd en gepland worden.

In de huidige situatie is het verkeer nog een van de meest opvallende kenmerken van de Zuidas. Snelwegen, spoor- en metrolijnen lopen samen over een opgehoogd talud en doorsnijden als het ware het toekomstige stadscentrum. Vóór 2030 moet deze totale verkeersstroom van bovengronds naar een tunnel verlegd worden, terwijl boven de tunnel woningen en kantoren gebouwd worden. Anderzijds verbindt deze verkeersader de periferie niet alleen met de oude binnenstad, Schiphol en de overige steden van de Randstad, maar ook met andere internationale knooppunten, zoals Keulen, Euralille en Parijs. De verkeersassen markeren deze plek als transitplek en bepalen het urbane landschap.


Wij streven ernaar een inventarisatie van de huidige, tijdelijke toestand van deze perifere plek te maken. Haar functie als overgangs-, verkeers- en doorgangsplek stuurt onze blik in de richting van beweging, snelheid en ritme. Aan de hand van gedetailleerde beschrijvingen van individuele situaties en locaties onderzoeken we vragen over de karakteristieken van de stedelijke en openbare ruimte. Daartoe zochten we een plaats die we gebruiken konden als basis voor onze observaties, als werkplaats en als experimenteerruimte voor onze in eerste instantie open gehouden vragen.

Aan het eind van het eerste perron bevindt zich een leegstaande stationskiosk, die aan drie zijden uit glazen wanden bestaat. Wij betrokken deze glazen ruimte, die we als werkplaats inrichtten met twee grote tafels, stoelen en kaartmateriaal.
De ruimte vormt voor ons zowel werkplaats als observatiepost. We zitten er, kijken en worden bekeken. We laten onze gedachten de vrije loop, observeren op associatieve wijze, maar verrichten ook systematische registraties.

Vanuit de glazen observatiepost op station RAI stelden wij ons de vraag naar de betekenis van deze plek in de Zuidas. Vormt Station RAI een centrum in de centrumloze ruimte van de Zuidas? Is Station RAI misschien een heel specifieke stedelijke plek, die juist door kenmerken als verkeer, knooppunt, beweging, massa’s mensen en anonimiteit, een veelvoud van bij uitstek stedelijke kenmerken in zich verenigt? Of zijn het veeleer de kenmerken van een zeer functionele verkeersplek – waar juist geen dagelijkse interactie plaatsvindt, geen geschiedenissen verteld worden en dus ook geen eigen identiteit van die plek gevormd wordt? Zodat aan deze plek net als aan een ‘niet-plek’ iedere urbane bevalligheid ontbreekt.

Het station is een transitruimte, een overgangsplek tussen centrum en periferie, een plek vol beweging en ritme, een bewegelijke plek, een vloeiende ruimte. TRANSISTATION

VRIJE RUIMTEN ARTISTS (AIR)

Editie 4

Editie 3

Editie 2

Editie 1