ROB SCHRÖDER

print
rob-schroder.flv

Beatrixpark | Rob Schröder (1950, Oegstgeest)

Het Beatrixpark ligt weliswaar aan de rand van het plangebied van de Zuidas, maar zal de komende decennia ingrijpende veranderingen ondergaan. Rob Schröder maakt, met als zijn uitvalsbasis dit park, een documentair portret van Jan Lever, schrijver van de Bomengids van Amsterdam-Zuid. Schröder typeert Lever als "een bijna uitgestorven soort. Alles wat hij doet is het tegenovergestelde van wat er in de Zuidas gebeurt. Wat hij doet heeft te maken met liefde en toewijding en aandacht. Mijn documentaire wordt een statement over de noodzaak van natuur in die omgeving.”


Rob Schroeder, fragmenten uit een voordracht, in: Lisette Smits (red.), Democratic Design. The Lectures. Kunst op de markt van vraag en aanbod, Utrecht: Casco, 2003

De 'maakbare samenleving' die de afgelopen vijftig jaar kenmerkte, had zijn slechte kanten. Toch was er een levendig publiek domein. De commercie deelde niet helemaal de lakens uit. Experimenteren zonder dat het moest verkopen, zonder de dictatuur van de consument, was mogelijk en had invloed op onze manier van kijken, discuteren en handelen. Wij zochten naar die nieuwe blik, die nieuwe inhoud, die nieuwe kwaliteit, zo onafhankelijk en kritisch mogelijk. De kunsten als drijfveer voor vernieuwing. Kijkcijfers waren niet doorslaggevend. Men was er zelfs niet op uit. De autonome daad was het belangrijkste. In die tijd dat ik als ontwerper samen met mijn collega's in het collectief Wild Plakken werkzaam was, kregen we veel vrijheid. De opdrachtgevers, een actiegroep op de hoek of de nog niet geprivatiseerde PTT, vroegen juist om persoonlijke en vernieuwende ontwerpen. Daarmee konden en wilden zij zich onderscheiden.
Het is een paradox. In deze neoliberale tijd heerst het individualisme en daar wordt mee gekoketteerd. Echte individuele vrijheid dus. Het merkwaardige is echter dat het steeds moeilijker wordt om onafhankelijk te zijn, te blijven en onafhankelijk te kijken. De plekken voor onafhankelijk onderzoek en het ontwikkellen van onafhankelijke ideeën worden steeds sporadischer.

De bekende broedplaatsen - kunstacademies, filmhuizen, musea, Casco - en ook die paar plekken binnen de publieke omroep waar geprobeerd wordt kritische en intelligente programma's te maken, worden wegbezuinigd.

Ik betaal belasting aan de overheid omdat zij zorg moet dragen voor een kwalitatief hoogwaardig publiek domein. In dat publieke domein moet de toekomst in een zo groot mogelijke vrijheid worden ontworpen, moeten nieuwe vormen worden ontwikkeld voor het algemeen belang. En dit publieke domein moet beschermd worden tegen de almaar oprukkende commercie en burgermansmoraal. Dat is voor mij democratie. Daar moeten ook discussies plaats vinden over hoe die toekomst ontworpen moet worden en welke middelen er ingezet moeten worden.

Wij zitten nu in een periode die zo ver doorgeslagen is naar de invloed van het marktmechanisme, dat daardoor een aantal belangrijke plekken verloren zijn gegaan. Ik pleit voor een toekomst waarin we een nieuw evenwicht vinden tussen beide werelden. Een aantal fundamentele waarden en vrijheden die onze cultuur, de architectuur en het ontwerpen, groot hebben gemaakt zijn aan het verdwijnen.

Mijn stelling is dat de plekken verdwijnen waar je nog enigzins kan uitproberen hoe het anders zou kunnen, anders dan wij nu weten. Op die plekken kan geprobeerd worden op een andere manier te bouwen en daar kunnen oplossingen ontstaan. Hoe dat moet, weet ik niet, maar de belangrijkste voorwaarde is dat je een plek hebt om het uit te proberen, daar ligt de uitdaging.

VRIJE RUIMTEN ARTISTS (AIR)

Editie 4

Editie 3

Editie 2

Editie 1