KENNIS, ONDERZOEK EN ONTPLOOIING
‘Bij een brede academische vorming van studenten hoort culturele ontwikkeling,’ zegt Hendriekje Bosma, sinds 1986 curator van de tentoonstellingsruimte Exposorium van de Vrije Universiteit en conservator van de VU-kunstcollectie. En dus ontwikkelde de VU, toen men in 1967 begon te bouwen in de van alle culturele voorzieningen verstoken Buitenveldertse polder, een eigen kunstbeleid, voor zowel studenten als medewerkers en bezoekers. Dat kunstbeleid bestaat tot de dag van vandaag uit drie onderdelen. Het belangrijkste onderdeel van de ‘corporate identity’ is het Exposorium, dat vijf tentoonstellingen per jaar organiseert. Daarnaast verleent de VU kunstopdrachten om de sober ingerichte werkomgeving te veraangenamen. Reden waarom in 1967 ook de Kunstuitleen is opgezet, met werken uit zowel eigen bezit als bruiklenen van het huidige
Instituut Collectie Nederland en BKR-werken van de gemeente Amsterdam.
De wortels van de VU-collectie zijn zelfs nog ouder, vertelt Bosma. Al sinds de oprichting van de VU, in 1880, laten dankbare voormalige studenten, hoogleraren en betrokkenen hun collecties na aan de VU.
De VU-kunstcollectie* is bescheiden en bestaat uit zo’n 1200 werken van internationale en Nederlandse kunstenaars. Het mooie van de collectie, vindt Bosma, is haar organische groei. Er zitten religieuze taferelen bij, hoogleraarportretten, een stilleven van Henk Helmantel, maar ook conceptuele werken van Carel Visser, mystieke kleurschilderingen van Toon Teeken en een beeld van Tom Claassen, dat speelt met zwaartekracht en de menselijke maat.
Op dit moment is de collectie toe aan heroriëntatie. De Kunstuitleen, voor de privékantoren, is opgeheven. Besloten is zich zowel in aankopen als in opdrachten te concentreren op kunst in representatieve, openbare ruimten. Daarbij is de collectie begin 2010 als officiële studieverzameling overgegaan naar de cluster ‘academisch en cultureel erfgoed’ van de Bijzondere Collecties UB VU. Een mooie ontwikkeling, vindt Bosma. ‘De collectie wordt beter ontsloten en het collectieprofiel, gebaseerd op relaties tussen kunst, onderzoek, onderwijs en samenleving, kan beter worden beredeneerd.’ Een rondgang door het hoofdgebouw toont hoezeer de kunst samenhangt met de identiteit van de diverse faculteiten. Een groot beeld van Arjanne van der Spek, over de verschillende dimensies van tijd, siert een gang van de Faculteit Letteren. Een dromerig vormonderzoek van Arie de Groot hangt bij Wis- en Natuurkunde.
In de publieke ruimten hangen werken van algemeen maatschappelijke aard. Enorme fotoportretten in de liften van het hoofdgebouw weerspiegelen de multiculturele studentenbevolking. Het grote schilderij van Gé-Karel van der Sterren in de Foyer is vrolijk op het eerste gezicht en biedt, voor wie wil, een diepere laag van milieu- en maatschappijkritiek. Onlangs is een boek verschenen over de bedrijfscollecties in Nederland, waarin onder meer wordt beweerd dat bedrijfscollecties te weinig profiel hebben. Onzin, vindt Bosma.
‘Ik vermoed dat mensen deze collecties niet goed kennen. Ik vind juist dat ze een enorme diversiteit en specialiteit hebben, met bijzondere stukken, die van grote waarde zijn voor het Nederlandse, culturele erfgoed.’
* Het academisch ziekenhuis VUmc heeft sinds 1995 zijn eigen collectie hedendaagse kunst.