FUTURISTISCH UITZICHT
INTERVIEW MET BEELDEND KUNSTENAAR HUGO KAAGMAN
Hugo Kaagman is al jaren als kunstenaar actief. In de jaren ’70 liet hij met sjabloon en
spuitbus zijn sporen na in tunnels, tijdschriften en op muren. In de jaren ’80 stapte hij
over van de straat naar het schildersdoek en in de jaren ’90 ontwikkelde hij een eigen en
eigentijdse spuitbusvariant van het traditionele Delfts blauw.
Wereldberoemd werd hij toen hij in opdracht van British Airways in 1996 negentien vliegtuigstaarten in zijn inmiddels bekende Delfts blauwstijl mocht spuiten. Onlangs is in
vuurwerkgebied Roombeek in Enschede een energiecentrale van de Architekten Cie.
opgeleverd, van top tot teen bekleed met een in aluminium gebrande print van Kaagman.
Street Art noemt hij de kunstvorm, waarbij hij zich thuis voelt en die van Londen tot
New York en Amsterdam een nieuwe bloei doormaakt, ‘het intelligente broertje van
graffiti’.
Sinds vier jaar werkt Kaagman in Zuidas, in een voormalige stationskiosk tussen perron
1 en 2 van station RAI. Om de paar minuten spuwen de dubbeldekkers pal naast zijn
atelier honderden reizigers uit. ‘Ik werkte aan een opdracht op het Centraal Station, zocht werkruimte en kon dit huren van ProRail. De vorige huurder had alle
ramen dichtgeplakt, maar ik vind het juist prettig om mijn werk te laten zien en midden
tussen het publiek te zitten.’
Kaagman is dagelijks in zijn atelier aanwezig. Het uitsnijden van sjablonen doet hij
thuis – dat is kluizenaarswerk. In station RAI spuit hij zijn sjablonen op doek en op
papier. Met de plek is een andere manier van werken ontstaan. Werkte hij vroeger vooral in opdracht, hier maakt hij vrij werk, dat hij tentoonstelt in de ramen. Voor het eerst maakt hij ook schilderijen in oplage, op de rol of de tegel, zodat kopers ze eenvoudig onder de arm kunnen meenemen.
Over ‘zijn’ stukje Zuidas, met uitzicht op de RAI en de Telecommunicatietoren, is
Kaagman zeer te spreken. ´Ik houd van zo´n futuristische stadsrand. Anders dan in de
binnenstad is hier volop ruimte voor nieuwe dingen, waaronder kunst. Ik hoop dat het
theater van Joop van den Ende doorgaat en dat er broedplaatsen komen in open, eigenzinnige gebouwen. Ik ben ook voorstander van een Paleis voor Volksvlijt, zo’n grote kunsthal als in Rotterdam, maar dan omgeven met ateliers, muziek en toneelvoorstellingen. Zodat er altijd wat gebeurt.’
Kaagman ziet dagelijks grote hoeveelheden reizigers met koffers passeren. ‘Die mensen
bevolken vanwege een beurs drie dagen de hotels en restaurants in de omgeving van de RAI. Daar gaat een hoop geld in om. Het zou toch goed zijn om hen voor de afwisseling ook cultuur te bieden?’